A: Als je manuscript af is, begin je met een redactieronde. Bij een inhoudelijke redactie gaat het om het totale boek: de inhoud, de structuur, de opbouw, de stijl en alles wat verder bij kan dragen aan een meeslepend, inspirerend, vlot verteld verhaal. Daarnaast verbetert een redacteur alvast de meeste in het oog springende fouten en vergissingen. Soms zijn er meerdere rondes nodig, bijvoorbeeld wanneer een manuscript tussentijds grondig wordt herzien.

Na de inhoudelijke redactie volgt de eindredactie. Daarbij wordt op detailniveau gekeken of het verhaal klopt en of er nog fouten in staan, of de opbouw logisch is, de alinea-indeling deugt, of alle zinnen lekker lopen en of de interpunctie in orde is. Als er nog belangrijke inhoudelijke kwesties zijn, komen die ook aan de orde. Soms gaat een manuscript een paar keer heen en weer, als schrijver kun je nu nog de laatste veranderingen aanbrengen.

De volgende stap is de eindcorrectie, ook wel het persklaar maken genoemd, waarbij alle laatste fouten en vergissingen, ook in de indeling, worden opgespoord, de tekst van het manuscript zijn definitieve vorm krijgt en de plaats van de illustraties wordt bepaald. Als je hiermee akkoord bent, gaat de vormgever met het manuscript aan de slag.

Daarna krijg je de proef (vroeger was dit een proefdruk, tegenwoordig meestal een digitaal bestand) om alles nog één keer goed na te kijken voordat het boek gedrukt wordt. Helaas bestaan er geen foutloze boeken, dus schrik niet als je later nog kleinigheden tegenkomt die niet kloppen. Die kun je bij een volgende druk laten herstellen. Mede daarom is het een goed idee om eerst één fysiek proefboek te laten maken.